Informatie


De Thaise taal heeft een alfabet met 44 karakters. De grammatica is relatief eenvoudig, maar de taal kent 5 verschillende toonhoogtes.

    Restaurant
    Nàam = het water
    SÔhm = vork
    Sjaa = thee
    TÔh = tafel
    Sjaam = schaal
    Tjaam = bord
    KhÒeat = fles
    KÂew = glas
    Kaa-faeh = koffie
    SjÓóhn = lepel
    Nom = melk

    De kapper
    Nàt = afspraak
    Khraw = baard
    PhÔm = haar
    Tàt-phÔm = knippen
    WÎe = kam
    SÂn = kort
    Jaaw = lang
    SÂek = scheiding
    Koon = scheren
    NÒeat = snor

    Telefoon
    Thoo= bellen
    Rà-hát= code
    Beu-thoo-ra-sáp= nummer
    TÒh= extensie
    TÒh-phit= verkeerd verbonden
    Thoo-tàang-pra-thêet= internationaal gesprek

    Verkeer en auto
    Joet= stop
    Rawang= voorzichtig
    Kháp-sjàa= langzaam rijden
    Sjit-sáaj= links blijven
    Líaw-sáaj= linksaf
    Khàp= rijden
    LÌaw-khwÂa= rechtsaf
    Khwaam-rew= snelheid
    Thaang-dÓean= snelweg
    Trong-paj= rechtdoor
    Baj-kháp-khie= rijbewijs
    RÓt-jon= auto
    Tha-nÔn= weg
    Winkelen
    Ràan = winkel
    Ta-láat = markt
    Raa-khaa = prijs
    HÂang = warenhuis
    ThÒehk = goedkoop
    Phaeng = duur
    Ràan-khÂaj-jaa= drogist
    Súe= kopen
    Baj-sèt= rekening
    Tjáaj-ngeun= uitgeven
    Báat= bath (thaise munt)

    Post en Bank
    Tha-naa-khaan = bank
    Thon-na-bát= bankbiljet
    TjÒt-maÂj= brief
    TjÒt-sa-dòe= pakket
    BÔe-rÔet-praj-sa-nie= postbode
    Thaang-aa-káat= luchtpost
    Praj-sa-nie= postkantoor
    Sa-taehm= postzegel
    Thîe-jÒeh= adres
    DÒean= expres

    Hotels
    Roong-raem= hotel
    HÔhng= kamer
    Aa-hÂan-sjàaw= ontbijt
    HÔhng-nohn= slaapkamer
    Koen-tjaeh= sleutel
    HÔhng-nàam= wc

    Medische verzorging
    MÔh= dokter
    Thöhng-sîa= diarree
    Aj= hoest
    Pòeat-hÔeah= hoofdpijn
    KhÂj= koorts
    Tjèp= pijn
    MÂj-sa-baaj= ziek
    Báj-sáng-jaa= recept
    Khan= jeuken